Een familiebedrijf ‘doorgeven’ aan de volgende generatie, hoe doe je dat? Aan die vraag besteden we binnen Groothuis veel aandacht. Zes familieleden, derde en vierde generatie Groothuis, over de afwegingen én de trots die horen bij het zijn van een familie met een bedrijf.
Eerder schreven we al over het programma ‘Generatie (aan) Z’. Dit interne programma draait om de vraag hoe Groothuis Bouwgroep als familiebedrijf wil omgaan met de volgende generatie. Aandeelhouders Claudi Schuurman-Groothuis en Bert Jan Groothuis, beide behorend tot de derde generatie Groothuis, vertelden daarin hoe ieder familielid zijn of haar eigen reis maakt binnen het bedrijf. In deze editie komt de vierde generatie zelf aan het woord. Hoe is het voor hen om op te groeien met het familiebedrijf op de achtergrond? En welke keuzes maken ze?
Eigen keuzes
Die vierde generatie bestaat uit 13 kinderen, in de leeftijd van 11 tot en met 27 jaar. De oudste is Siebren, zoon van Wim en Renate. Hij studeerde bedrijfskunde en is na een aantal jaren elders nu sinds een jaar in dienst bij het familiebedrijf, waar hij zich vooral bezighoudt met duurzaamheid en IT: “Natuurlijk kreeg ik van huis uit een bepaald beeld mee. Dat veel in het teken staat van het bedrijf, heeft ook mijn eigen interesses gevormd. Ik heb, deels onbewust, wel steeds keuzes gemaakt in deze richting. Maar ze voelen wel als mijn eigen keuzes.”
Die keuzevrijheid is voor de derde generatie een belangrijk punt. Zoals Claudi het verwoordde: “Dat wij hier zouden gaan werken, was geen vraag maar een vanzelfsprekendheid. We willen dat het voor onze kinderen een keuze is. Eén die ze bewust maken.” Daarom moedigen ze de jeugd aan om werkervaring buiten de deur op te doen, voordat ze al dan niet een plek zoeken binnen het familiebedrijf. Job Schuurman, zoon van Claudi, zit in het laatste jaar van zijn managementstudie. Hij voelt geen druk: “Nee, ik zou het juist als een prettig gevoel omschrijven. Zo van: neem de ruimte om jezelf te ontwikkelen, je kunt als je wilt altijd nog hier belanden.”
Rentmeesterschap
Anne Dirk, de andere zoon van Wim, werkt bij Beens Groep, een bedrijf dat voornamelijk waterbouw doet. Niet zelden als samenwerkingspartner van Groothuis Bouwgroep. Hij kijkt met trots naar het familiebedrijf: “Het is mooi om te zien hoe het steeds verder wordt uitgebouwd. Maar het allerbelangrijkste is voor mij het rentmeesterschap. Zowel naar binnen als naar buiten toe. Dus goed werkgeverschap maar ook netjes met de aarde omgaan.”
Zo prijzen ze allemaal de padelbaan die dit jaar voor het personeel is gerealiseerd. Job: “Dat soort niet-standaard dingen vind ik mooi. Mensen zijn hier geen nummer, het bedrijf wil echt goed zijn voor alle medewerkers.” Over goed doen gesproken; het eerste padeltoernooi met stichting Meros is al een feit. Ook de stichting is iets wat de verschillende generaties Groothuis verbindt. Jeroen: “Er hoeft maar een appje in de groepsapp te verschijnen, bijvoorbeeld om flessen wijn voor Meros te stickeren, of er staan meteen meer dan genoeg mensen klaar om ergens bij te helpen. Die maatschappelijke betrokkenheid leeft hier echt. Het is mooi om in de gelegenheid te zijn zo’n stichting vorm te geven en ook daarin te groeien.”
Familiebanden
Nick Groothuis, zoon van Jeroen, is de jongste die aan tafel zit. Hij is 19 jaar en volgt bij een ander bouwbedrijf de BBL-opleiding voor timmerman. Op een dag ziet hij zichzelf wel bij Groothuis werken: “Eigenlijk wilde ik elektricien worden, maar toen zei mijn vader: ga dan voor timmerman. Nu ben ik blij met die keuze, het is een fijn idee dat het bedrijf een optie is.” Hij voelt zich thuis in de familie en geniet van de uitjes die ze regelmatig organiseren: “Dan gaat het niet over werk. Dan zijn we een gewone familie, maar wel een die elkaar heel veel spreekt.” Job vult aan: “Wij zijn achterneven, maar het voelt dichterbij. Meer als neven denk ik.”
Lastig evenwicht
Dat het voor de jongens zo ontspannen aanvoelt, is het resultaat van een bewuste visie. Wim (52): “We proberen op een vrijblijvende manier met alle leeftijden verbinding te houden. Wie zijn of haar betrokkenheid wil verkennen, kunnen we van alles aanbieden. Van daaruit proberen we een soort koplopersgroep te creëren. Maar we willen ook niet te veel druk leggen, dat is soms best een lastig evenwicht. Want we zijn wel enthousiast. En voelen ons verantwoordelijk om het bedrijf goed door te geven. Daar steken we niet voor niets veel energie in.”
Hij omschrijft het proces in fases: “Het begon met verbinding maken, nu begeven we ons richting de fase van betrekken. Door vaker de vraag stellen: wat vinden jullie eigenlijk? Wij kunnen van alles denken, maar proberen ook langzaam wat meer achterover te gaan zitten.” Siebren: “Sinds ik hier werk, wordt me regelmatig gevraagd hoe ik tegen dingen aankijk. Dat zijn open vragen, er is geen goed of fout. Maar ik voel wel de ruimte om eerlijk te zijn en ideeën te delen.” Jeroen: “De wereld verandert snel, dat vraagt om een frisse blik op hoe we als bedrijf met de tijd mee bewegen. Dan is het waardevol om onze kinderen als spiegel te hebben.”
Theoretische situatie
Siebren: “Vroeger stroomde je in en deed je het zoals het altijd was gedaan. Maar nu mag je een kritische blik hebben en vaker de waarom vraag stellen.” Anne Dirk: “Maar voordat we het ooit zelf gaan doen, willen we eerst heel veel vlieguren maken en in ons opnemen hoe het nu gaat.” Jeroen: “Het is mooi om bij iedereen die ontwikkeling te zien, hoe ze de wereld verkennen. En wat de uitkomst ook is, de uitdaging is uiteindelijk dat iedereen over 20 jaar kan zeggen: ik heb voor mezelf de goede keuze gemaakt en daar heb ik ook de ruimte voor gevoeld.”
Tussen het beantwoorden van de vragen door, wordt er een hoop gelachen. De oudere generatie wordt daarin, zoals dat gaat, niet gespaard. Dan zegt Wim, opeens weer serieus: “Het is een theoretische situatie, maar ik zou willen dat de twee mensen die dit bedrijf ooit begonnen zijn, ons hier zouden kunnen zien zitten. Opa de vakman en oma de ondernemer. Dat zou zonder twijfel met een grote glimlach zijn.”