De rode draad in het werk van Claudi Groothuis is rentmeesterschap. Ze wil familiebedrijf Groothuis Bouwgroep kunnen overdragen aan de vierde generatie en de aarde zo gezond mogelijk doorgeven.
Ze is de derde generatie Groothuis die aan het roer staat bij het familiebedrijf in het Overijsselse Genemuiden. Derde generaties staan bekend als een ‘cruciale wissel’, maar Groothuis is allerminst bevreesd. “We hebben jaren van zwaar weer overleefd en maken nu een mooie groei door. Ik heb er alle vertrouwen in.”
Bij het familiebedrijf werken honderd mensen in loondienst. Hoe divers is dat gezelschap in termen van man/vrouw? “Van hen is vijftien procent vrouw”, zegt Groothuis. “Maar wij maken van diversiteit heel bewust niet een apart thema in ons bedrijf. Ik geloof erin dat het een generatieding is, waarin je rustig moet bewegen. Wel moet je werken aan je blinde vlekken en aan bewustwording, maar in onze uitingen zijn we er niet heel expliciet over en een quotum zullen we niet instellen. Wij zullen altijd kiezen voor de beste persoon voor de functie, vrouw of man maakt dan niet uit.”
Rentmeesterschap
Heeft ze blinde vlekken bij zichzelf ontdekt? “Ik ben opgegroeid in een omgeving met een sterke werkethiek die tegelijk nogal behoudend was. Door mijn studie en levenservaring ben ik in contact gekomen met meer diversiteit en dat probeer ik nu ook in ons bedrijf te integreren. Het stimuleert innovatie en draagt bij aan groei en ontwikkeling.”
Rentmeesterschap is een term die haar erg aanspreekt. “Ik ken dat begrip vanuit mijn geloofsachtergrond, maar het past ook heel goed bij ons bedrijf. We hebben onszelf de vraag gesteld: wat willen we bijdragen? Vastgoed toekomstbestendig maken en dus dóór kunnen geven, is in die visie een belangrijk thema. Door een gebouw te herplaatsen of materialen te hergebruiken, dragen we bij aan een circulaire economie. Denk aan het Bouwlab in Haarlem dat als donorpand een aula uit Almere heeft. Binnenkort gaan we, als alles doorgaat, voor het eerst een bestaand gebouw integreren in een nieuwbouwproject, in een nieuw te bouwen zorgcomplex. De gedemonteerde houtconstructie ligt hier al in de hal. Daarmee besparen we een enorme CO2-uitstoot én laten we zien dat het mogelijk is om gebouwen te oogsten en ze in een andere vorm opnieuw in te zetten. Daarmee voeg je ook historie toe aan nieuwbouw.”
Pionieren
Betekent inzetten op circulariteit ook ‘nee’ zeggen tegen bepaalde projecten? “Volledig circulair is nu nog geen optie”, zegt ze. “Dat zou economisch gezien onverstandig zijn, we dragen immers de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van ons bedrijf. Maar door te pionieren ontwikkelen we kennis waardoor ook de reguliere nieuw- en verbouwprojecten langzamerhand ‘vercirculariseren‘. Denk bijvoorbeeld aan demontabel bouwen en de inzet van geoogst materiaal uit bestaande gebouwen in nieuwbouwprojecten. De uitdaging is dat ook wet- en regelgeving hierin mee ontwikkelt.”
Digitalisering speelt een grote rol in het huidige werk. “Een vastgoedobject zonder digitaal dossier heeft in de toekomst geen waarde”, zegt Groothuis. “Je moet weten hoe een gebouw is opgebouwd om het ook circulair te kunnen demonteren. Daar heb je data voor nodig. Onze ict-omgevingen moeten daarop aansluiten en onze medewerkers moeten hierin kunnen meegaan. We hebben een jong team, de gemiddelde leeftijd is 39 jaar. Dat zorgt ervoor dat het aanpassingsvermogen hoog is. Maar juist ook oudere mensen met lange dienstverbanden moeten worden meegenomen in deze ontwikkelingen.”
Mkb
Je organisatie laten meegroeien met de kansen die er liggen, daar heeft de derde generatie Groothuis sterk op ingezet. “Wij hebben de organisatie geprofessionaliseerd en zijn klaar om verder te groeien.” Daarbij zou ze graag zien dat er meer samenwerking komt tussen grote bouwers en mkb-bedrijven zoals het hare. “Dat maakt schaalbaarheid mogelijk. Het mkb innoveert enorm, door een ‘doenersmentaliteit’ en besluitvaardigheid. Maar innovaties blijven vaak lokaal.”
Hoe gaat Claudi Groothuis de Bouwvrouw Award inzetten, mocht ze de titel in de wacht slepen? “Ik zou graag zien dat de talentontwikkeling op technische vaardigheden meer aandacht krijgt. Dat moet al op de basisschool beginnen. Laten we op de Pabo’s techniek doceren, zodat onderwijzers vaardigheden ontwikkelen om deze talenten bij de jeugd te herkennen en te ontplooien.”
Ze weet dat dergelijke onderwijsontwikkelingen niet van vandaag op morgen geregeld zijn, maar daar ziet ze niet tegenop. “Ik heb geduld, ik ga altijd voor de lange termijn.”